© 2011 . All rights reserved.

Open brief aan Ad Koppejan

Geachte heer Koppejan,

op 3 Maart, de dag van de verkiezingen, schreef u een bericht op uw weblog waarin u oproept tot een bezinning binnen het CDA. Als actief lid draag ik het CDA al enkele jaren een warm hart toe. Hoezeer ik uw betrokkenheid ook waardeer, de inhoud steekt mij.

Bij herhaling presteert u in uw bericht meningen en interpretaties als waren het feiten. En dat terwijl zeker een man van uw kaliber, in positieve zin, instaat is om feit van mening te onderscheiden. Op een aantal punten ben ik het werkelijk met u eens; een duizendtal leden dat het lidmaatschap opzegt is op zichzelf triest te noemen. Dat er ook een keerzijde is, er melden zich nieuwe leden aan, hoor ik u echter niet zeggen. Maar een groter bezwaar heb ik tegen uw stelling dat regeringsdeelname, in uw woorden “onvoldoende is om als CDA weer relevant en interessant te zijn voor de kiezer” . We spreken over vijf maanden tussen de start van de regeringsdeelname. Het lijkt alsof u van mening bent dat een politieke partij na een verlies zoals het CDA heeft geïncasseerd, instaat moet zijn om binnen vijf maanden op te klimmen naar het niveau van voor de nederlaag. Zoals Maxime Verhagen sprak:Vertrouwen komt te voet en gaat te paard”. En daarmee slaat hij de spijker op z’n kop. Het is irrationeel en onrealistisch om te veronderstellen dat in vijf maanden tijd het verloren vertrouwen ineens herwonnen zou zijn.

Tijdens de tweede kamerverkiezingen in 2010 verloor het CDA 48,2% van zijn kamerzetels, bijna een halvering. Ja, dat doet pijn. Voor zover de uitslagen een dag na de provinciale verkiezingen definitief zijn, heeft onze partij bij deze verkiezingen 43,2% van de kiezers verloren. Ja, dat doet ook pijn. Maar het gaat om de duiding van deze twee cijfers. Die duiding is uiteraard veelzijdig, maar ten opzichte van verkiezingen in 2010 heeft het CDA niet meer kiezers verloren. Sterker nog, we hebben een minder groot verlies te incasseren dan logischer wijs verwacht zou kunnen worden, gezien de uitslag van 2010. Met in het achterhoofd het hoger opkomstpercentage, wat aangeeft dat de politiek behoorlijk leeft in het land, is dat een duidelijk boodschap van de kiezer. Het is geen roep om optimisme, wel een teken dat het eerste beetje hernieuwd vertrouwen weer aan komt wandellen.

U spreekt van een doem scenario. Een scenario waarin het CDA meer rechtse antwoorden heeft dan linkse vragen. Even daarvoor stelt u dat het CDA in haar pragmatische benadering altijd een antwoord heeft gehad op de vragen die speelde in de samenleving. Beste meneer Koppejan, zou het niet zo kunnen zijn dat u daarmee eigenlijk uzelf op een andere vraag zou moeten bezinnen? Zou het niet zo kunnen zijn dat er zich veranderingen binnen de samenleving afspelen die door het pragmatische CDA nog steeds beantwoord worden? Zou het niet kunnen zijn dat er binnen de samenleving een groeiende behoefte is aan, in uw ogen, rechtse antwoorden? En zou het ook niet zo kunnen zijn dat wij als CDA daarop, vanuit een pragmatische insteek, de juiste antwoorden hebben? Het probleem zou hem in dat geval eerder steken in een imago, dan in een CDA koers. Het CDA heeft bij veel kiezers niet het imago dat leeft bij de kiezers die juist deze pragmatische antwoorden van deze tijd passend vinden op de vragen die leven. Immers, voordat een verandering van inhoud ook zijn uitwerking heeft op een imago, kan langer duren dan een luttele vijf maanden.
Het CDA is geen ideologische partij. Het CDA is een partij die staat voor wederzijds respect, rentmeesterschap, eigen initiatief en zorgzaamheid voor elkaar. Een partij die luistert naar de vragen van de samenleving, en daar een pragmatisch antwoord op formuleert. En die antwoorden hebben we. Die stonden in onze verkiezingsprogramma’s, en hebben we telkens weer, ook nu, teruggevonden in regeer- en gedoogakkoorden. Daarin zitten de antwoorden op de vragen van de samenleving. Daarin zit het CDA.

Waar wij met z’n allen als CDA’ers aan moeten werken is niet primair een verandering van de inhoud van de boodschap. Waar wij aan moeten werken is het imago. Als ware het met één mond onze antwoorden verkondigen. Stoppen met publiekelijk verkondigen dat we als CDA opzoek moeten en zouden zijn naar de juiste boodschap, maar beginnen met het verkondigen van de boodschap die wij met z’n allen in meerderheid vast hebben gesteld.

Uiteraard moeten we binnen alle geledingen van de partij de inhoudelijke discussie voeren, zoals wij dat altijd gedaan hebben. Maar die discussie hoort niet thuis bij Nieuwsuur of Pauw&Witteman. U wilt een toon van positivisme. Ik ook. Maar het helpt echt niet als keer op keer CDA’ers aan mensen om hen heen moeten uitleggen waarom, onder andere u, zo graag in de media verteld dat het allemaal anders moet. Dat creëert een gevoel van onmacht. Het CDA verhaal, dat pragmatisch en helder antwoord geeft op de vragen van de samenleving is mooi. Dat is juist dat positieve verhaal.

Ik hoop van harte dat u in de loopt der tijd zult inzien dat uw mediaoptredens niet bijdragen aan het versterken van het vertrouwen en het veranderen van het imago. De media zijn niet uit op een mooi verhaal, maar op een verhaal dat kijkcijfers trekt. En verkondingen dat alles anders moet levert jammer genoeg meer geld op, dan partijleden die gezamenlijk hetzelfde positieve verhaal vertellen. Maar laten we dat toch alstublieft doen. Geef mij en velen met mij de ruimte om het vertrouwen terug te winnen, zonder de vrees dat gewonnen vertrouwen weer wordt betwijfeld door een uitspraak in de media.

Ik sluit graag af door de laatste alinea van uw brief letterlijk te citeren. Want zoals deze past bij uw verhaal, zo pas hij bij het mijne. En zo spreken wij toch hetzelfde.

Er is hoop – hoop voor wie wil leren van gemaakte fouten, wie bereid is te investeren in luisteren-naar-elkaar en wie er voor open staat om met elkaar de juiste koers te vinden. En nieuwe wegen in te slaan.

Met vriendelijke groet,
Dennis Hunink

One Comment

  1. Mooie brief, hoewel ik het niet met de hele strekking eens ben. Je noemt het CDA geen ideologische partij. Staat de ‘C” niet voor een ideologie? Komt daar niet het (ik citeer) “wederzijds respect, rentmeesterschap, eigen initiatief en zorgzaamheid voor elkaar” vandaan? Een grote vraag is waarom juist in CDA-bolwerken als Brabant en Limburg kiezers massaal naar de PVV zijn over gestapt. Dit heeft m.i. niets met het anti-islam standpunt van de PVV te maken. Macht corrumpeert en dat is wat we de afgelopen jaren ook in Limburg gezien hebben. Het CDA ontpopte zich als regenten. Onder tafel werd veel geregeld en jouw vrienden zijn mijn vrienden. In een Nederland dat zegt wat ie denkt, wordt dat niet meer gepikt. Meneer Pastoor is al van zijn voetstuk gevallen en nu is het de beurt aan de regenten. Ik hoop oprecht dat het goedkomt met het CDA. Een sociaal en betrokken Christelijk tegengeluid moet er zijn. Na het verlies in 2009 zei Maxime Verhagen dat het goed zou zijn even pas op de plaats te maken. Misschien had hij zich aan zijn eigen woorden moeten houden en het pluche even het pluche laten. Kiezers willen mensen zien en niet een partij die zich vastbijt in het regentschap.
    Groetjes
    Toby

Geef een reactie

Your email address will not be published.
Required fields are marked:*

*

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.